Traject Jakobsweg Zams/Landeck – Feldkirch


Etappe 40 Kronburg – Flirsch, 23,9 km.

De afgelopen dagen was het steeds tussen de 30 en 35 graden. Regelmatig zeiden we: het mag wel 10 graden minder warm zijn. De weergoden hebben slechts het eerste gedeelte gehoord, 10 graden. Dat was vandaag de temperatuur. Ook de opgespaarde regen kwam vandaag in één keer met bakken naar beneden. Tezamen met een flinke wind voelde het erg koud en nat aan.

We dalen in ons regenpak via Rifenal naar Zams. Hier hebben we nog enige inkopen gedaan, maar helaas is de supermarkt bij het pleintje geen supermarkt meer. Voor de verder weg gelegen M-preis (grote supermarkt) moeten we even van de route af (langs de hoofdweg richting het treinstation Zams/Landeck, hier kunt u de route eenvoudig afbreken of weer beginnen, Kronburg – Landeck station circa 6 km.).  In Zams steken we voor de laatste keer de rivier de Inn over en lopen er tot vlak voor Perjen er nog vlak langs. Net voordat de Inn een scherpe bocht naar links maakt, beginnen wij aan een stevige klim naar Stanz (700-1000 m). Dit pad wordt ook wel de Pfaffensteig genoemd. Vanuit Stanz lopen we in de richting van Grins.

Op deze Römerstraße komen we nog een kapelletje langs de weg tegen.  In Grins wandelen we over de oude Römerbrücke, indrukwekkend gelegen boven een Schlucht, waar het water vandaag onstuimig door stroomt.  De paden in het bos lijken soms wel kleine beekjes, zoveel water is er gevallen en valt er nog steeds. Vanaf Grins wandelen we naar de Lärchkapelle, gelegen op de flanken van de Zintlkopi in het Zintlwald. Bij het verlaten van dit bos over de kruisweg (met handgemaakte reliëfbeelden) werd ons een blik gegund op de omringende bergen. Daar was redelijk wat verse sneeuw gevallen, zelfs de dennenbomen op de flanken waren wit bepoederd. Dit kon ook wel kloppen want op een gegeven moment gaf ons thermometertje een temperatuur aan van slechts 5 graden! En dat in hartje zomer. Net voor Flirsch wordt het eindelijk droog.

Etappe 41 Flirsch – St. Anton am Arlberg, 15,0 km.

Bewolkt, maar zonder regen verlaten we Flirsch. Al snel is de bewolking verdwenen en wandelen we weer onder een strak blauwe lucht. De temperatuur is aangenaam en niet meer zo heet als de eerste dagen.  Door het veld en het bos lopen we naar Schnann. Vlak voor het dorp heb je de keuze om door te lopen richting de Klamm of naar het dorp zoals de Jakobsweg loopt. Indien je via de Klamm loopt, dan kom je iets verder weer op de route terug. Vanaf Schnann dalen we af naar de rivier de Rosanna, welke we volgen tot aan Pettneu. Onder de spoorbrug worden we ingehaald door Jutta, de Oostenrijkse pelgrim die we al eerder tegengekomen waren. We waren zeer verbaasd haar te treffen, omdat zij al veel verder zou moeten zijn. Zij vertelde dat ze gisteren tot 15.15 uur in Grins moest blijven, omdat het door de hevige onweer onverantwoord was om verder te gaan. Wij hebben dan eigenlijk nog geluk gehad, want op wat gerommel na, hadden wij geen last van onweer, alleen van de kou en de regen.

Net voor St. Jakob am Arlberg staat een bankje met een schitterend uitzicht op de Jakobskerk. De kerk doet zijn naam eer aan en er staat een levensgroot beeld van de heilige Jacobus de oudere, natuurlijk met schelp en staf. Ook in de kerk een mooie beschildering van Jacobus. Natuurlijk kunnen we hier ook weer een echte pelgrimsstempel krijgen. Hiervandaan is het nog een klein uurtje naar St. Anton am Arlberg, waar we 3 nachten verblijven en de volgende dag een mooie bergwandeling maken (zie voor meer informatie Bergwandeling St. Anton am Arlberg, 12 km).

Etappe 42 St. Anton am Arlberg – Klösterle, 26,6 km.

Langs de Rendlbahn verlaten we het nog slapende St. Anton om op weg te gaan naar het hoogste punt van de Jakobsweg in Oostenrijk!
Door de Rosannaschlucht klimmen we langzaam omhoog richting de Stiegenkapelle. Vanaf hier begint het echte klimmen, over bospaden met flinke boomwortels en natuurlijke trappetjes.  We steken eenmaal de weg met nummer 197 over en klimmen verder door het bos. Af en toe wordt het landschap al iets opener. Net onder de Maienkopfer komen we bij de Maiensee, het hoogste punt van onze Jakobsweg in Oostenrijk: 1845 meter.

Er staat een koude wind en we blijven hier niet te lang staan. Hiervandaan is het over een drassige weide nog een klein stukje afdalen naar St. Christoph, een plaats dat louter en alleen uit hotels bestaat. In het voormalige Hospiz (tegenwoordig een hotel) zetelt nog steeds het Bruderschaft St. Christoph. Via een zij ingang kun je de kapel bezoeken en een mooie stempel kun je bij de receptie van het hotel krijgen.
We verlaten St. Christoph over weg 197 westwaarts richting de Arlbergpass.

Vanaf de Arlbergpass gaat de Jakobsweg tot Bludenz over hetzelfde traject als de Arlbergweg. Deze route is gemarkeerd met wit-gele bordjes. Soms is er in een hoekje van zo’n bordje een klein Jakobsweg stickertje geplakt, maar dat is niet groter dan 1 bij 1 cm!

Bij de Arlbergpass steken we de grote parkeerplaats over en dalen door het weide- en rotsveld langs een beginnend riviertje naar beneden. Het is soms lastig om de juiste weg te vinden, het slingert van de ene naar de andere kant. Plots zijn we de route even kwijt, je ziet nergens meer een teken, maar dan blijkt dat we de doorgaande weg moeten oversteken. Aan de overzijde gaat een breed pad via Rauz naar het plaatsje Stuben.  Langs een beekje wandelen we verder tot Langen. Hiervandaan moeten we nog een keer klimmen om op de oude spoorbaan terecht te komen (de nieuwe spoorlijn gaat vanaf Langen door de Arlbergtunnel en komt er bij St. Anton am Arlberg weer tevoorschijn). We volgen het oude spoortraject en lopen bovenlangs Klösterle, dat we in het dal zien liggen. Net na de oude spoorbrug dalen we af naar onze accommodatie in Klösterle.

Etappe 43 Klösterle – Bludenz, 25,0 km.

Na een tip van onze gastheer hebben we nog even gauw een stempel bij de VVV gehaald. Die was weliswaar gesloten, maar de stempel hing gewoon aan de buitenkant. Prima service voor pelgrims. We lopen het dorp door en klimmen weer omhoog naar de oude spoorbaan. Bij het oude station van Wald am Arlberg moeten we dit mooie pad helaas verlaten, omdat de hedendaagse treinen hier weer over dit spoor verder gaan. Ondertussen is het gaan regenen en trekken we onze regenpakken weer aan. Ook de rugzakken zijn weer regenbestendig ingepakt en door de dorpen Außerwald en Wald gaan we verder richting Dalaas. In Mühleplatz (met kapel en pelgrimsboek) heb je twee mogelijkheden om de route te vervolgen. Of je loopt de aangegeven Jakobswegroute via de plaatsjes Innerbraz, außerbraz en Radin of je volgt de route zoals wij hem hebben gelopen, namelijk door de Alfenzer Au. Een mooi en rustig natuurgebied langs het riviertje de Alfenz. Bij Radin hebben we de oorspronkelijke route naar Bludenz weer opgepakt.

Hier maken we ons aan het einde van deze etappe op voor nog een pittige klim en een evenzo pittige afdaling naar Bludenz. Gelukkig ligt onze accommodatie bij binnenkomst van Bludenz direct aan de route te liggen: het klooster St. Peter, waar we hartelijk welkom worden geheten door de Dominicaanse zusters. Naast gezamenlijk ontbijten in stilte met de  5 zusters (wel met mooie muziek) nemen we ook deel aan de vespers en maken een Iconen wijding mee. De zeer gastvrije zusters zullen we niet snel vergeten, ook niet dat we hier als niet getrouwd stel ieder in een eigen kamer moest slapen.

Etappe 44 Bludenz – Feldkirch, 28,0 km.

Vanaf het klooster lopen we richting het centrum om onze weg te vervolgen. Vanaf Bludenz tot Feldkirch volgt de Jakobsweg de Walgauweg. Vlak na de Muttersbergbahn wandelen we over een breed bospad bovenlangs Hinteroferst naar Nüziders. Langs de rotswanden gaan we verder en komen langs het Naturdenkmal “Hangender Stein”, hier vindt je vaak rotsklimmers. Op een rotonde raken we eventjes in twijfel over de te volgen richting. Het bordje staat naar links, maar ons gevoel zegt dat we rechtsaf moeten. Een bewoner helpt ons uit de brand, rechtsaf, ons gevoel was dus juist en het blijkt dat het bordje omgedraaid was. Wij hebben het voor andere wandelaars weer teruggedraaid. We zien het kerkje St. Martin al liggen, maar om er te komen, moeten we nog wel even klimmen. Deze oude Martinskirche wordt momenteel gerenoveerd en is niet geopend. Wel kun je een kijkje nemen in de toren, waar en kleine tentoonstelling is. Hiervandaan hebben we een mooi uitzicht en het vers gemaaide gras ruikt heerlijk.

Na een korte pauze dalen we af naar Ludesch, waar we de rivier de Lutz oversteken en Thüringen binnenwandelen. Door het bos en over de velden bereiken we Schnifis, Röns en Satteins. Hier kun je kiezen om naar Feldkirch of naar Rankweil te gaan. Wij hebben gekozen voor Feldkirch. Over de Walgauweg Feldkirch bereiken we bij Schildried de Rivier de Ill. Hier wandelen we vlak en relaxed langs de oever. Iets te relaxed, want we missen een routebordje en lopen iets te ver door langs het water. Terug op de juiste route klimmen we naar het gehucht Stein. Het laatste gedeelte van de etappe loopt eerst over de weg, vervolgens over een bospad door het Steinwald en uiteindleijk door de obere Illschlucht naar Feldkirch. Zoals het in elke grotere plaats is, is de route hier niet goed aangegeven. Toch weten we altijd weer onze accommodatie te vinden, dit keer het Kapuziner Klooster in Feldkirch.

Download hier voor dit traject de GPS track: Traject-9-Zams-Feldkirch.zip (368 downloads)

Na 850 kilometer hebben we met veel plezier de Jakobsweg in Oostenrijk van Oost naar West doorkruist en hebben genoten van de cultuur, de mensen en het steeds wisselende landschap, een onvergetelijke ervaring!